(Wat hoogstwaarschijnlijk tevens het enige zal zijn)
Ik werd achtendertig jaar geleden geboren uit mijn moeder. Twee anderen waren mij die weg al voorgegaan, dus leverde dat geen noemenswaardig oponthoud op. Integendeel.
In de verloskamer waren naast mijn moeder, een vroedvrouw en een gynaecoloog verder niemand aanwezig. Die ochtend was de hoogzwangere vrouw nog druk doende geweest de vloer van de gang te schrobben. Gezeten op haar knieën, allicht niet weinig gehinderd door haar gezwollen buik, was zij in de weer op de natte tegelvloer. Haar man verpakte in de keuken zijn boterhammetjes in aluminiumfolie en maakte zich op om naar zijn werk te vertrekken. Waar haar gedachten naar uitgingen weet ik niet precies, maar vast staat dat ze werktuiglijk haar dweil over de tegels moet gewreven hebben, want op het moment dat haar vliezen braken merkte ze dat niet. Vruchtwater vermengde zich met het sop toen de weeën begonnen. Dat deed haar ogenblikkelijk terugkeren naar de werkelijkheid. Ze gilde door de gang naar haar echtgenoot dat het ogenblik was gekomen. Hij stak zijn hoofd de gang in, zich er voor behoedend de gladde vloer te betreden en vervolgens met een schuiver van jewelste een doodssmak te maken. Dat konden ze nu best missen. Maar van enige paniek was geen sprake. Ze hadden immers al twee geboorten achter de rug en wisten dus waaraan ze zich konden verwachten. In die jaren was ouderschapsverlof nog een nieuwigheid, en vaderschapsverlof onbestaand, dus overlegden mijn vader en moeder terwijl hij haar ondersteunde onderweg naar het toilet, het dichtstbijzijnde zitmeubel. Vanuit hun eerdere ervaringen hadden ze geleerd dat een bevalling niet noodzakelijk in een beperkt tijdsbestek afgehandeld wordt. De oudste had er maar liefst zestien uren gevuld met hard labeur voor nodig om uiteindelijk met behulp van de forceps ter wereld te komen. De tweede bleek in vergelijking een snelle jongen, maar ook hij deed er nog vlotjes negen uur over. Mijn vader wist, eveneens uit ervaring, dat wanneer hij niet op zijn werk verscheen omdat hij zijn vrouw moest bijstaan bij de geboorte van een kind, hem dat een betaalde vakantiedag zou kosten. De vorige keer waren de weeën begonnen even na middernacht en bevond hij zich aan de zijde van zijn vrouw in de verloskamer terwijl hij verwacht werd aan zijn bureau te zitten. Het opnemen van zijn vaderlijke verantwoordelijkheden en de nalatigheid in de euforie zijn afwezigheid te melden zorgden er voor dat hij voor die dag geen loon uitbetaald kreeg. Anders was het echter wanneer hij zoals gewoonlijk naar zijn werk vertrok en deed alsof er geen vuiltje aan de lucht was, tot zijn vrouw hem met een telefoontje terug naar huis zou sommeren. De verplaatsing naar zijn werk kostte hem een kleine twintig minuten. Ze zou hem met een gerust hart nog een half uurtje aan zijn bureau kunnen laten zitten alvorens hem op te bellen met het heuglijke nieuws dat het zo ver was. Dan had hij nogmaals een twintigtal minuten nodig om huiswaarts te keren, en een kleine rekensom som leerde hem dat dat alles slechts een tijdsbestek van een uur en tien minuten zou vergen. Zelfs als hun derde kind nog minder tijd nodig had om het levenslicht te aanschouwen dan bij de vorige het geval was, dan nog bleef er genoeg tijd over om haar naar het ziekenhuis te brengen. De hijgende en puffende vrouw vond alles best, zolang hij haar maar van dat verdomd oncomfortabele toilet af hielp en haar op de fauteuil installeerde.
Vader stapte in zijn rode Peugeot 404 en vertrok. Ietwat nerveus vanwege de op handen zijnde gebeurtenis nam hij met licht trillende hand een sigaret uit het pakje in zijn borstzak. Overhellend naar links tastte hij in zijn rechterbroekzak naar zijn aansteker. Hij vond het ding niet meteen, wat hem nog nerveuzer maakte. Had hij het misschien in zijn haast op de keukentafel laten liggen? Terwijl hij in zijn andere broekzak woelde zag de chauffeur van de wagen achter hem hoe de Peugeot licht begon te slingeren en zag mijn vader niet meteen het Volkswagenbusje dat niet van plan was zijn voorrang van rechts op te geven. Slechts een ogenblik later kon hij er niet naast kijken, want het had zich bepaald onzacht tegen zijn koetswerk gevleid. De achteropkomende chauffeur slaagde er in erger te vermijden en bracht zijn wagen tot stilstand. De bestuurder van het busje was al uitgestapt en tikte boos op het raam van de Peugeot, dat mijn vader geschrokken, de sigaret verfomfaaid tussen zijn lippen bungelend, naar beneden draaide. Hij durfde de rood aangelopen man niet om een vuurtje vragen, hoewel hij daar op dat ogenblik het meest behoefte aan had. Dus stapte hij op zijn beurt ook uit en inspecteerden de beide mannen de blikschade aan hun voertuigen. Mijn vader kon niet anders dan ruiterlijk toegeven dat de fout geheel bij hem lag. Gelukkig viel de schade al bij al nog mee. Het busje had een bumper verloren en een gebarsten koplamp, de Peugeot een fikse deuk in het spatbord. Hij probeerde net de chauffeur van het busje te overtuigen de verzekeringen niet op de hoogte te brengen en de zaak onderling te regelen toen de getuige er zich mee kwam bemoeien. Hij beende op de beide mannen af, roepend dat hij alles had gezien, en wel zou getuigen wanneer de politie zou opdagen. Mijn vader legde hem uit dat er geen politie opgeroepen hoefde te worden, dat ze er zo ook wel uit zouden komen, toen de man de bestuurder van het busje vertelde dat hij de Peugeot over de weg zag slingeren even voor de botsing. Hij was er van overtuigd dat mijn vader stomdronken was. Dat veranderde de zaak. Mijn vader probeerde nog hen beiden van het tegendeel te overtuigen door in hun gezicht te ademen en hen zich er van te laten vergewissen dat die adem geen zweem van een doordringend alcoholluchtje bevatte, maar de getuige was al onderweg naar een nabijgelegen café om daar de hulpdiensten te verwittigen. De chauffeur van het busje dwong hem in dezelfde richting te lopen terwijl mijn vader hem naar waarheid trachtte uit te leggen dat hij niet kon blijven wachten op de politie. Hij moest dringend naar huis omdat zijn vrouw op het punt stond te bevallen. Even leek de man te twijfelen, tot hij vroeg waar hij dan wel woonde en bij het horen van het adres concludeerde dat die locatie zich net in de tegenovergestelde richting bevond van de richting die mijn vader uitreed tot het ogenblik waarop hun beider carrosserieën elkaar omhelsden. Hij greep mijn vader stevig bij zijn nekvel en zette er stevig de pas in naar het café.
Mijn moeder merkte hoe de weeën steeds sneller en heviger werden en belde naar mijn vaders bureau, waar ze een collega aan de lijn kreeg die haar meldde dat hij nog niet op zijn post was gearriveerd. Nu voelde ze hoe een lichte paniek zich van haar meester maakte. Hij vroeg de man haar echtgenoot bij zijn aankomst te vertellen dat zij het niet langer hield. Ze zou een taxi bellen die haar naar het ziekenhuis zou brengen. Ze gooide de hoorn op de haak en vervolgens enkele toiletartikelen en een nachtjapon in een koffer, pauzerend wanneer de snerpende pijn in haar onderbuik weer in alle hevigheid kwam opzetten. Terwijl ze de taxi belde bedacht ze zich dat ze de buurvrouw moest vragen de oudste kinderen van school te halen. En waar hing die waardeloze vent van haar eigenlijk uit nu ze hem zo nodig had? Opnieuw belde ze naar zijn werk en opnieuw bleek er dat niemand hem daar had zien opdagen. De buurvrouw had haar liever naar het ziekenhuis begeleid dan de kinderen op te moeten vangen ? ze wist wat voor vervelende kereltjes dat konden zijn - maar beloofde desondanks die zware taak op haar frèle schouders te nemen. Toen de taxi eindelijk de straat indraaide stond zowat het volledige buurvrouwencorps op de stoep om mijn moeder uit te wuiven. Toen de taxibestuurder hoorde wat er op til was en hij het niet ondenkbaar achtte dat de blijde gebeurtenis zich op zijn achterbank zou voltrekken weigerde hij mijn inmiddels als een rund zwetende moeder te vervoeren. Ze moest maar een ziekenwagen bellen, vond hij. De arme vrouw snakte naar adem, maar vond er toch nog voldoende om de onwillige chauffeur rood aangelopen van uit de diepte van haar longen toe te gillen dat ze geen vruchtwater meer zou morsen op zijn kostbare interieur: De vliezen waren al uren geleden gebroken. Het buurvrouwencorps gilde hem op haar beurt toe wat een harteloze bal gehakt hij wel was, in zoveel mogelijk varianten daarop als ze maar konden bedenken, en dat waren er heel wat, terwijl één van hen naar binnen rende, zich glijdend door de blinkende gang een weg baande naar de keuken en daar het plastic tafellaken van de formica tafel griste. Het tafellaken werd over de achterbank gedrapeerd en mijn moeder daar bovenop. De taxi reed met gierende banden de straat weer uit. Het buurvrouwencorps was tevreden. Ze hadden de chauffeur eens goed op zijn nummer gezet en daarmee meteen ook een onderwerp om eventuele stiltes in de gesprekken bij de slager op te vullen.
De taxichauffeur trapte het gaspedaal diep in. Hij wilde dat hijgende, kreunende mens zo gauw mogelijk kwijt. Bovendien merkte hij in zijn achteruitkijkspiegel dat mijn moeder zich op de achterbank had omgedraaid, en zittend op haar knieën, haar armen zwaar leunend op de hoedenplank probeerde de pijn van de alsmaar heviger weeën te verbijten. Ze stootte daarbij hem afschuwelijk in de oren klinkende rauwe klanken uit die hem deden terugdenken aan die keer in zijn kindertijd, toen de oudste zoon van de boerderij aan de overkant van zijn vader de opdracht had gekregen een nest pasgeboren katjes van kant te maken en de zoon er een duivels genoegen in schiep daar een hele namiddag mee zoek te maken. Hij zette de autoradio aan, hard genoeg om het gejammer van zijn passagier te overstemmen. Hij dreef het volume op maar de vrouw gilde nu nog luider, dus nam hij zijn toevlucht tot het laatste redmiddel en brulde ?Silence is Golden? luidkeels mee. Tot hij inzag dat ze niet zomaar gilde, ze had het tegen hém, en ze wilde dat hij stopte. Dus hield hij zijn klep, maar ze bleef roepen dat hij moest stoppen. Ze wees naar een langs de kant van de weg geparkeerde Peugeot 404. Hij hield halt, zij beval hem in achteruit terug te rijden tot bij de achtergelaten auto. Eenmaal daar sprong ze met een gezien de situatie verbazingwekkende souplesse uit de taxi, liep op de rode auto af en tuurde door het raampje naar binnen. Daar ontwaarde ze niemand, en briesend zocht ze de omgeving af naar haar onbetrouwbare echtgenoot. Tijd om een speuractie te ondernemen had ze niet, ze had enkel haar woede. Haar woede én de losgeraakte bumper van een Volkswagenbusje. Daarmee koelde ze haar woede op de koplampen en de voorruit van de Peugeot, tot de taxichauffeur haar er op attendeerde dat de teller nog steeds liep en of ze oorspronkelijk niet iets anders gepland had dan het verbouwen van geparkeerde auto?s. Het leek hem niet verstandig daar nog lang mee door te gaan, zeker niet met de dienders in de buurt, wijzend naar de combi die aan de overkant voor het café stond geparkeerd.
Mijn vader zat in het café in het gezelschap van de getuige en de bestuurder van het busje en legde een alcoholtest af. Hij blies positief. Hij had het niet gewaagd om een vuurtje te vragen en bij gebrek aan nicotine om zich te kalmeren had hij een biertje gedronken. En daarna nog een. En daarna nog een?
Om elf uur in de ochtend arriveerde mijn moeder op de kraamafdeling. Om vierentwintig minuten na elf werd ik geboren, zonder mijn vader om mijn moeder bij te staan. Dat heeft ze hem haar hele leven lang kwalijk genomen. Mijn vader kreeg de dag van mijn geboorte geen loon uitbetaald, moest later voor de rechtbank verschijnen op verdenking van rijden onder invloed, werd uiteindelijk vrijgesproken, maar schaamde zich hier de rest van zijn leven voor. De herstelling van de Peugeot kostte hem zo mogelijk nog meer dan de reparatie van het Volkwagenbusje. Dat en de wrok van mijn moeder heeft hij mij zijn leven lang verweten.
zaterdag 15 oktober 2005
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
authentiek?
BeantwoordenVerwijderenJeetje wat een manier om eraan te beginnen zeg
Dit is echt wel fictie (zonder prentjes), hoor. Enkele dagen geleden fulmineerde ik nog tegen de autobiografie en daarna zou ik me er zelf aan bezondigen? Ik herinner me trouwens mijn eigen geboorte niet, en is het geheugen van anderen die het zich wél herinneren wel zo betrouwbaar als ze zelf beweren?
BeantwoordenVerwijderenHm... Cyriel Buysse en ander Vlaams rauw realisme meets postmoderne fictie?
BeantwoordenVerwijderendat is al de tweede keer dat ik je fictie voor waarheid slik!
BeantwoordenVerwijderen